“Om Parijs-Roubaix te winnen moet je goed zijn én geluk hebben”

Een lekke band in de laatste tien kilometer van de wedstrijd weerhield Joachim Vanreyten (17) van een eerste zege in Parijs-Roubaix. Niet bij de profrenners – want daar won Tom Boonen – maar bij de juniors (16 tot 18 jaar). De tweedejaars junior uit Kinrooi startte als kopman van de Belgische selectie in deze wedstrijd voor de Nations Cup, een competitie zoals de World Tour. Vorig jaar eindigde Joachim tiende in zijn eerste Helleklassieker en was hij bijzonder tevreden over die eerste deelname aan zijn favoriete klassieker. Na de editie van 2012 moest hij vrede nemen met ‘slechts’ een zesde plaats. Door pech was dat het hoogst haalbare.

Joachim Vanreyten was goed op weg om samen met de Deen Mads Würtz Schmidt (18) voor de zege te strijden op de piste van Roubaix. Ze hadden 110 km en veertien van de zestien af te leggen kasseistroken achter de rug, toen het noodlot toesloeg. Joachim stond enkele minuten stil om zijn achterwiel te vervangen op de voorlaatste kasseistrook, de gevreesde Carrefour de l’Arbre. Inmiddels was de Deense vogel gaan vliegen. “Ik ben nog zo lang mogelijk blijven rijden op mijn platte tube, tot ik een neutrale motor zag. Dan heb ik teken gedaan dat het mijn achterwiel was en heeft de mecanicien me voort geholpen”, vertelt Joachim. “Na een inhaalrace van tien kilometer, waarbij ik nog heel wat renners ben voorbij gesneld, kon ik nog net de spurt van een achtervolgend groepje winnen.” Meer dan een mooie zesde plaats zat er niet meer in voor de jonge Limburger. “Om Parijs-Roubaix te winnen moet je én goed zijn én geluk hebben. Spijtig genoeg ontbrak het geluk me zondag.”

Toen Karl Vannieuwkerke tijdens Parijs-Roubaix bekend maakte dat Joachim eerste Belg was geworden op een zesde plaats leek dat een mooie uitslag. Tot je achteraf natuurlijk het verhaal van de lekke band hoort. Eén schrale troost: ook Tom Boonen won Parijs-Roubaix nooit bij de juniors. Hij eindigde in zijn laatste deelname als junior eveneens als zesde. Het staat dus in de sterren geschreven dat ook Joachim Vanreyten ooit zal meedingen naar de zege in de Helleklassieker. Het parcours dat beide renners hebben afgelegd is alleszins gelijkaardig te noemen.

Hoopvol over het WK in Valkenburg
“Tom Boonen en Fabian Cancellara zijn mijn grote voorbeelden bij de hedendaagse coureurs. Zelf ben ik ook meer het ‘klassieke’ type. Een spurt in een klein groepje ligt mij het beste. Ik ben wel snel, maar een massaspurt vind ik te gevaarlijk en te zenuwachtig. Ik ben dus meer een type Boonen dan een type Cavendish. Maar ook het tijdrijden gaat me best goed af!” Vorig jaar eindigde Joachim als achtste op het Belgisch Kampioenschap Tijdrijden voor junioren, maar was daar allesbehalve tevreden mee: “Ik had toen echt een slechte dag. Voordien had ik alle deelnemers van het BK al geklopt in enkele tijdritten, maar die dag wilden de benen niet mee. Ook het parcours lag me niet echt. Te veel korte steile stukken en te veel korte bochten. Ik heb liever langere hellende stukken zodat ik steeds hetzelfde tempo kan aanhouden. In dat opzicht kijk ik al uit naar het WK tijdrijden in Valkenburg. Ik hoop dat ik zowel de tijd- als de wegrit mag rijden. Aangezien het tijdrijden op maandag is en de wegrit op zondag, zou dat geen probleem mogen geven”, klinkt de sportman van het jaar uit Kinrooi hoopvol. “Carlo (Bomans, bondscoach van de juniors en de profs) komt alleszins vaak kijken naar wedstrijden van de junioren. Meer dan naar profkoersen denk ik, want die zijn toch allemaal op televisie.”

Vorig seizoen won Joachim een driedaagse rittenkoers in Oostenrijk. “Dat was niet voor de Nations Cup, maar gewoon met de ploeg. Ik won toen de eerste rit in de spurt van een klein groepje. De daaropvolgende dagen reed de ploeg in dienst. Dat is wel leuk, maar het brengt ook een zekere druk met zich mee. Je moet dan presteren als de ploeg de hele koers op kop heeft gereden om het peloton samen te houden. Dat je dan nadien de rittenwedstrijd wint, is wel heel fijn. En niet enkel voor mezelf, maar voor de hele ploeg.”

Joachim rijdt bij de wielerploeg uit Balen. Bij die ploeg is ook Tom Boonen ooit aan zijn carrière begonnen. “Volgend jaar moet ik wel noodgedwongen veranderen van team, want mijn ploeg gaat maar tot de juniors. Normaalgezien ga ik dan bij de beloftenploeg van Omega Pharma – Quick Step rijden, als alles goed gaat tenminste”, klinkt het al lachend. Het eerstvolgende doel van Joachim is het provinciaal kampioenschap tijdrijden op zaterdag 14 april. Zijn ambities zijn alvast duidelijk: enkel winst telt. (Ondertussen is hij ook effectief provinciaal kampioen tijdrijden bij de juniors geworden, nvdr.) Nadien gaat hij opnieuw met de Belgische ploeg op stap voor de Nations Cup, ditmaal voor een driedaagse rittenkoers in Istrië, Kroatië. (Ondertussen eindigde Joachim 7de in het algemene klassement, nvdr.) “Dat wordt een zware koers met enkele lange ritten. Maar voor de Nations Cup moeten we meerijden voor de punten”, vertelt Joachim. “Het is zoals de World Tour. Hoe beter het land scoort, hoe meer renners het mag afvaardigen met het WK.”

De toekomst
Aan ambities alvast geen gebrek bij de jonge wielerkampioen. In 2010 werd hij verkozen tot Flandrien bij de nieuwelingen. Dit jaar wil hij dat opnieuw worden, maar dan bij de juniors. Ondertussen is hij ook uitgeroepen tot ‘wielertalent van Vlaanderen’. Als beloning heeft hij een camper tot zijn beschikking gekregen voor het komende wielerjaar. Zo kan zijn familie hem overal van naderbij volgen. Zijn vader, moeder en zusje zijn z’n grootste fans. Joachim heeft de wielermicrobe dan ook meegekregen van z’n vader, die vroeger zelfs ook koerste. “Toen ik klein was, leek zowel voetbal, atletiek als wielrennen wel fijn om als sport te beoefenen. Uiteindelijk is het wielrennen geworden en daar ben ik wel blij om.”

De toekomst is nog vaag voor Joachim. Hoger onderwijs is één van de opties. Er zijn enkele richtingen die hem wel interesseren. “Ik had onder andere gedacht aan Sportkot (Lichamelijke Opvoeding en Bewegingswetenschappen aan de KU Leuven, nvdr.), maar dat is niet echt weggelegd voor wielrenners. Je krijgt er heel veel verschillende sporten, behalve wielrennen”, lacht hij. “Het zou moeten zijn zoals in Denemarken. Mads (Würtz Schmidt) en zijn ploegmaats hebben alle tijd om te trainen, want het wielrennen komt bij hen op de eerste plaats. De opleiding is volledig rond het wielrennen gebouwd.” In Vlaanderen is er een eerste stap gezet naar een allesomvattende wieleropleiding. In Ronse kunnen beloftevolle wielrenners vanaf volgend schooljaar een ASO opleiding ‘wielrennen’ volgen, waar je niet enkel op de fiets zit, maar ook theoretische vakken krijgt rond sportvoeding, trainingsleer enzovoort. Jonge talenten worden er als het ware klaargestoomd om profrenner te worden én universitaire studies aan te gaan. “Dat komt jammer genoeg te laat voor mij, maar ik denk wel dat het een goed idee is. Vlaanderen is echt een wielergekke streek en er zit nog veel talent aan te komen. Het zou jongeren alleszins aansporen om wielrenner te worden.”

De combinatie naar school gaan en wielrennen vergt een enorme toewijding van Joachim. “Ik zit nu in mijn laatste jaar middelbaar. Wetenschappen-Wiskunde is geen gemakkelijke richting en wanneer ik dan na school thuiskom, moet ik toch nog ongeveer drie uurtjes trainen. Daarna kan ik pas aan mijn schoolwerk beginnen. Wekelijks kom ik zo wel aan ongeveer 500 trainingskilometers. Tel daarbij nog de wedstrijden die ik in het weekend meerijd en dan kan je wel zeggen dat het zwaar genoeg is. Het leukst van al zijn natuurlijk de winterstages in een warm land. Net zoals de professionele ploegen gaan wij ook jaarlijks met de ploeg naar Calpe, Spanje. Afgelopen winter zijn we er een week op uit getrokken, en ik hoop dat ik volgend seizoen twee weken mee kan. Zalig zo trainen in een aangename temperatuur terwijl het in België vriest!”

Advertenties
“Om Parijs-Roubaix te winnen moet je goed zijn én geluk hebben”