Wie geeft Denis Galimzyanov een tweede kans?

16 april 2012. Katusha krijgt een bericht binnen van de UCI. Denis Galimzyanov, 25 en topsprinter in wording, heeft bij een controle buiten competitie positief getest op het gebruik van EPO. Het A-staal werd positief bevonden. Het B-staal zou zo snel mogelijk uitsluitsel moeten brengen. Katusha zet z’n sprinter op non-actief, hopend op beter nieuws, want het zou waarschijnlijk het laatste seizoen worden als World Tour ploeg voor de Russen.

Pas acht maand later, eind december 2012, krijgt Galimzyanov uitsluitsel over het B-staal: ook dat bleek positief. Eerlijke Denis biechtte het misbruik op en verontschuldigde zich tegenover zijn ploeg en zijn supporters. Een schorsing van twee jaar was zijn deel. Op 13 april 2014 zou de renner terug mogen koersen. Maar niemand heeft nog iets van hem gehoord.

Hoe is het zo ver kunnen komen dat een sprinter zijn toevlucht zoekt in EPO? Van EPO ga je niet sneller spurten. Je overwint er wel kilometers mee, veel kilometers. En hellingen, lange zware hellingen en hoge toppen. Dat laatste liep er fout bij Denis, in de Tour van 2011, rit 12. Voor velen staat deze rit ongetwijfeld nog in het geheugen gegrift als de ontdekking van Jelle Vanendert als berggeit die op slechts 7” eindigde van winnaar Samuel Sanchez op Luz-Ardiden.

Tour 2011, rit 12
Tour 2011, rit 12

Maar vooral: de Pyreneeënrit waar Denis Galimzyanov als enige buiten tijd aankwam, op bijna een uur van de winnaar. Al op de Tourmalet, de voorlaatste helling van de dag, reed hij op 33’ van de kopgroep, op zijn eentje, voor de bezemwagen. Elke andere sprinter had die dag de deur van de bezemwagen geopend en ingestapt, nog voor die voorlaatste mythische top. Denis niet. Hij zwoegde zich naar de top, gooide zich in de afdaling om dan opnieuw aan een helse beklimming te beginnen. Hij kwam geen seconde dichter bij de bus, integendeel. Denis legde zich puffend over de streep. Het verdict: iets meer dan 16’ buiten tijd. Einde Tour voor de sympathieke Rus, het einde van zijn eerste Tour, en wat hij toen nog niet wist: zijn laatste Tour.

Het voorjaar van 2012 stond in het teken van de tweede Tourdeelname van Denis. Hij begon in Qatar en Oman en reed daar enkele mooie ereplaatsen bijeen, achter kleppers als Cavendish, Greipel en Kittel. Nadien gooide hij zich op het kleine Franse rittencircuit. In het Circuit cycliste Sarthe – Pays de la Loire won hij z’n eerste rit van het seizoen. In de tweede rit kwam hij zwaar ten val. Maar dat was niet de zwaarste klap in april van 2012.

Denis wilde absoluut goed presteren in de Tour van 2012. Denis wilde niet afgaan in de eerste echte bergrit. Hij wilde, net zoals Mark, André en Alessandro, vlotjes over de bergen raken om nadien op de Champs Élysées een gooi te doen naar de ruiker die elke sprinter ooit overhandigd wil krijgen.

Bovengenoemde sprinters moesten een voorbeeld zijn voor Denis. Af en toe een duwtje van een knecht als het even te steil ging, af en toe aan de wagen hangen, af en toe een beetje valsspelen dus… Maar niet door EPO te gebruiken, Denis.

Denis Galimzyanov, wie wil hem nog?
Denis Galimzyanov, wie wil hem nog?

Maar, zoals alle andere geschorsten, verdient ook Denis een tweede kans. Er zijn voorbeelden legio van geschorste renners, sprinters, die momenteel een vast plekje hebben in het peloton. Denk maar aan Alessandro Petacchi. Of aan Alberto Contador. Ook Denis zou zijn weg snel terug vinden in dit peloton. Resten er twee vragen: waar hangt Denis momenteel uit? En vooral: welke ploeg wil Denis die tweede kans bieden? Denis heeft genoeg te bieden. Meer dan andere (ex-)renners in het peloton.

Wie geeft Denis Galimzyanov een tweede kans?

Help, nog vier jaar…

De grote droefnis zaterdag (ze waren écht wel te pakken die Argentijnen), maakte zondagochtend al gauw plaats voor een gevoel van woede, van frustratie, van teleurstelling. Geen teleurstelling meer door de uitschakeling, wel door de gemiste kans om meer te bereiken, met deze talentvolle groep. Het gevoel dat er absoluut meer in zat, overheerst nog steeds. Dat de Rode Duivels bol staan van het talent staat buiten kijf. We werden voor het WK niet voor niets afgestempeld als ‘the dark horse’. Vandaag is er niet veel mysterieus meer aan ons team. Talent hebben we nog steeds. Maar wat doen we met dat talent? Weinig. Niets?

Het moet bijzonder frustrerend zijn voor het overgrote deel van onze 23 spelers om met een bondscoach te werken die teert op zijn reputatie, opgebouwd uit de nostalgische laatste WK-campagne in 2002. Marc Wilmots was toen dé man en zou ons land, 12 jaar na datum, opnieuw naar hogere sferen moeten brengen op de wereldbeker. Slechts éénmaal bevond ons land zich écht in hogere sferen: na de vurige wedstrijd tegen de VS. Voor het overige: drie keer een klein waakvlammetje van hooguit 20 minuten. En tegen Argentinië was onze kaars opgebrand.

Eden Hazard en Marc Wilmots in betere tijden
Eden Hazard en Marc Wilmots in betere tijden

Het moet bijzonder frustrerend zijn voor de spelers omdat Wilmots buiten die nostalgische reputatie weinig kaas lijkt gegeten te hebben van het voetbalspelletje an sich. Stel je in de plaats van Hazard, Alderweireld, Mertens, Lukaku, Mirallas, Kompany of Van Buyten, die wél dagelijks trainen met een coach of trainer die tactisch begenadigd is. Mourinho, Simeone, Benitez, Martinez, Pellegrini, Guardiola … en dan: Wilmots.

Het moet ook bijzonder frustrerend geweest zijn voor de spelers om andere landen wél goed te zien spelen. Landen die nog niet de helft van het talent bezitten van onze Rode Duivels, maar wel ondersteund werden door én een goede coach én een groepsgevoel om u tegen te zeggen. Want je kan dan wel zeggen dat Wilmots van 23 individuen een groep gemaakt heeft in de kwalificatie, daar was tijdens het WK veel minder van te zien. Op die ene vurige wedstrijd tegen de VS na, stonden er plots weer her en der individuen op het veld. Ligt dat dan aan de spelers? Mogelijk. Hazard was een schim van de speler die hij afgelopen seizoen was bij Chelsea. Maar ligt dat dan ook niet aan de coach? Zeker. Geen enkele speler werd dit WK naar een hoger niveau getild.

De grootste frustratie ligt echter niet bij dit WK (want we zijn toch mooi in de kwartfinale geraakt!), maar wel wat er nog moet komen. Verblind door het plotse succes van de Rode Duivels, besloot de voetbalbond alle kapers op de kust voor te zijn en onze nationale (nostalgische) held te belonen met een extraatje van vier jaar. Dan dringt zich automatisch de vraag op: kunnen we dat nog wel aan? Maar vooral: kunnen de spelers dat nog wel aan? De wanhoop in de ogen van sommige spelers na de match tegen Argentinië liet niets aan het toeval over: “help, nog vier jaar…”.

Help, nog vier jaar…