Help, nog vier jaar…

De grote droefnis zaterdag (ze waren écht wel te pakken die Argentijnen), maakte zondagochtend al gauw plaats voor een gevoel van woede, van frustratie, van teleurstelling. Geen teleurstelling meer door de uitschakeling, wel door de gemiste kans om meer te bereiken, met deze talentvolle groep. Het gevoel dat er absoluut meer in zat, overheerst nog steeds. Dat de Rode Duivels bol staan van het talent staat buiten kijf. We werden voor het WK niet voor niets afgestempeld als ‘the dark horse’. Vandaag is er niet veel mysterieus meer aan ons team. Talent hebben we nog steeds. Maar wat doen we met dat talent? Weinig. Niets?

Het moet bijzonder frustrerend zijn voor het overgrote deel van onze 23 spelers om met een bondscoach te werken die teert op zijn reputatie, opgebouwd uit de nostalgische laatste WK-campagne in 2002. Marc Wilmots was toen dé man en zou ons land, 12 jaar na datum, opnieuw naar hogere sferen moeten brengen op de wereldbeker. Slechts éénmaal bevond ons land zich écht in hogere sferen: na de vurige wedstrijd tegen de VS. Voor het overige: drie keer een klein waakvlammetje van hooguit 20 minuten. En tegen Argentinië was onze kaars opgebrand.

Eden Hazard en Marc Wilmots in betere tijden
Eden Hazard en Marc Wilmots in betere tijden

Het moet bijzonder frustrerend zijn voor de spelers omdat Wilmots buiten die nostalgische reputatie weinig kaas lijkt gegeten te hebben van het voetbalspelletje an sich. Stel je in de plaats van Hazard, Alderweireld, Mertens, Lukaku, Mirallas, Kompany of Van Buyten, die wél dagelijks trainen met een coach of trainer die tactisch begenadigd is. Mourinho, Simeone, Benitez, Martinez, Pellegrini, Guardiola … en dan: Wilmots.

Het moet ook bijzonder frustrerend geweest zijn voor de spelers om andere landen wél goed te zien spelen. Landen die nog niet de helft van het talent bezitten van onze Rode Duivels, maar wel ondersteund werden door én een goede coach én een groepsgevoel om u tegen te zeggen. Want je kan dan wel zeggen dat Wilmots van 23 individuen een groep gemaakt heeft in de kwalificatie, daar was tijdens het WK veel minder van te zien. Op die ene vurige wedstrijd tegen de VS na, stonden er plots weer her en der individuen op het veld. Ligt dat dan aan de spelers? Mogelijk. Hazard was een schim van de speler die hij afgelopen seizoen was bij Chelsea. Maar ligt dat dan ook niet aan de coach? Zeker. Geen enkele speler werd dit WK naar een hoger niveau getild.

De grootste frustratie ligt echter niet bij dit WK (want we zijn toch mooi in de kwartfinale geraakt!), maar wel wat er nog moet komen. Verblind door het plotse succes van de Rode Duivels, besloot de voetbalbond alle kapers op de kust voor te zijn en onze nationale (nostalgische) held te belonen met een extraatje van vier jaar. Dan dringt zich automatisch de vraag op: kunnen we dat nog wel aan? Maar vooral: kunnen de spelers dat nog wel aan? De wanhoop in de ogen van sommige spelers na de match tegen Argentinië liet niets aan het toeval over: “help, nog vier jaar…”.

Help, nog vier jaar…

Korte lont

Het is weer zover. Al voor de zevende keer dit seizoen en we zijn nog niet eens halfweg de competitie. Het ontslag van Adrie Koster bij Beerschot komt toch ietwat onverwacht, zeker omdat voorzitter Vanoppen vorige week openlijk zijn vertrouwen uitsprak in de Nederlandse coach. Meestal betekent dat echter geen goed nieuws en zo is het deuntje van Koster na zeventien speeldagen bij de Kielse ratten uitgezongen. Die andere mauve ploeg, waar Koster toch altijd zoveel moeite mee had in zijn periode bij Club Brugge, was de beul van dienst. Het vertrouwen bleek dus toch niet zo groot als Vanoppen zichzelf, de pers, de ploeg en bovenal coach Koster liet uitschijnen.

Resultaten bepalen het lot van de trainer. De voorzitters van onze eersteklassers staan daar vaak niet bij stil wanneer ze in de zomer hun huiswerk maken. Elf speeldagen kreeg Ron Jans om met Standard iets aan te vangen. Ook Sollied werd na elf speeldagen ontslagen. Dertien, respectievelijk zestien op drieëndertig behaalden beide coaches. Te weinig voor twee clubs die Play-off I nastreven. Bob Peeters, Georges Leekens, Chris Janssens en Dirk Geeraerd kregen net iets meer respijt van hun oversten. Dat Leekens een compleet ander verhaal is, heeft geen verdere verheldering nodig, maar andere trainers kan weinig verweten worden. Peeters liet Cercle Brugge vorig jaar bij momenten bijzonder leuk voetbal brengen, Janssens liet Lierse een zorgeloos seizoen afhandelen en Geeraerd leidde Waasland-Beveren naar het hoogste niveau. Maar dit seizoen kregen zij hun ploeg niet op de rails. Ontslag volgde na ontslag. Voor de ene voorzitter is de lont net iets korter dan voor de andere.

Het gebeurt zelden dat de voorzitter en/of sportief verantwoordelijke in eigen boezem kijken. Nooit wordt de kwaliteit van de groep in vraag gesteld. Cercle Brugge teert al enkele seizoenen op de ervaring van oude rotten. Iachtchouk, Vidarsson, Cornelis, Evens, Portier… het lijstje 30-plussers lijkt haast oneindig bij de groenzwarten. Geen kat die echter stilstaat bij de ouderdom van bovengenoemde spelers en de mogelijkheid van net dat jaartje te veel. Bij Standard, bij Lierse, bij Waasland-Beveren en nu ook bij Beerschot lijkt het elk jaar weer een duiventil. Tijdens de zomer, en zeker de laatste week van augustus, komen er meer nieuwe spelers bij dan er plaatsen zijn in de kleedkamer. Probeer daar als coach maar eens een ploeg van te maken, wanneer de druk elke week hoger en hoger wordt.

Voor het meest frappante voorbeeld omtrent het uit de weg gaan van verantwoordelijkheid moeten we even teruggaan in de tijd, naar juli 2008.  Ook toen werd Dirk Geeraerd het slachtoffer, ditmaal bij KSV Roeselare. Wim De Coninck werd in april van dat jaar met veel poeha aangekondigd als de nieuwe technisch directeur. Onder hem werden voor het seizoen 2008/9 maar liefst veertien (!) nieuwe spelers aangetrokken. Aan het begin van de competitie, vier maanden na z’n aantreden, stapte De Coninck op – om persoonlijke redenen. Geeraerd werd na een 2 op 27 ontslagen en enkele maanden nadien werd ‘analist’ De Coninck naar zijn mening gevraagd over de heenronde van het nieuwe seizoen. Roeselare en dan vooral Geeraerd kreeg een veeg uit de pan en bovenal werd het transferbeleid in vraag gesteld. De Coninck leek even aan een opstoot van geheugenverlies te lijden.

Maar, zoals eerder gezegd en het is jammer genoeg altijd waar: een trainer valt of staat met de behaalde resultaten. Het is jammer dat die denkwijze niet doorgetrokken wordt naar de spelers. Of nog beter: naar de sportief verantwoordelijke of zelfs de voorzitter. Het is hun (vaak te korte) lont die de carrière van een trainer maakt of kraakt. En niet de groep waarmee zij gedwongen worden mee te werken. Net als u ben ik benieuwd waar de volgende bom zal ontploffen. Een kleine, berekende gok: ten zuiden van de taalgrens en voor kerstmis. Daar waar iedereen het al lang verwachtte, maar het tot nu toe vrij rustig bleef.

Korte lont

Kloof

De sportverslaggeving in Vlaanderen kent verschillende hoogtes en laagtes. De laatste dagen werd dat nogmaals pijnlijk duidelijk, met de ‘feestelijke’ honderdste aflevering van de voetbaltalkshow Extra Time en de opening van het Vlaamse wielerseizoen. Naast de heroïsche strijd op de weg tussen gevestigde waarden, verrassende youngsters en verschillende ontgoochelingen, kijkt de Vlaamse wielerfan vooral ook uit naar de deskundige commentaar van Michel Wuyts en zijn sidekick José De Cauwer, naar de geweldige omkadering van Karl Vannieuwkerke en Lieven Van Gils en naar de verslaggeving op locatie van Renaat Schotte, Christophe Vandegoor en Carl Berteele. Wanneer er niets noemenswaardig gebeurt in het peloton kan de kijker steeds terugvallen op de enthousiaste bijdragen van Wuyts, de formidabele technische kennis van ex-bondscoach De Cauwer of een kat- en muisspel tussen laatstgenoemde en Schotte. De koers mag tweehonderd, ja zelfs driehonderd kilometer live in beeld gebracht worden, toch verveelt de wielerfan zich geen seconde. Denk maar aan Milaan-San Remo waar de strijd meestal pas losbarst op de Poggio, 15 kilometer van de streep.
Wanneer dan stilaan de temperatuur op dreef komt, wordt de Vlaamse wielerliefhebber verwend met zijn klassieker, met de Waalse klimklassiekers en met de eerste grote Ronde van het seizoen, de Giro d’Italia. Het is steeds uitkijken naar de welgemeende “Ciao Girini” van Renaat Schotte aan het einde van elke koersdag. De Ronde van Frankrijk in juli is een hoogmis voor elke wielerliefhebber. Drie weken lang elke namiddag vol spanning kijken naar wat grotendeels lange voorspelbare ritten zijn, maar Michel Wuyts maakt er steeds een soort ‘Vlaanderen Vakantieland voor wielertoeristen’ van. Of dat nog niet genoeg is, kan de wielerliefhebber zich elke avond verheugen aan het geweldige Tour 20.. – Vive le vélo! Het najaar is voor de meeste wielerfans een klein beetje sterven, want na Lombardije is het enkele maanden hoopvol wachten op het begin van het nieuwe wielerjaar.
Enkele wielrenners uit ons kleine landje behoren tot de wereldtop, maar onze Vlaamse wielerverslaggeving is met stip de numero uno in de wereld.

Helemaal anders is het gesteld met de Vlaamse voetbalverslaggeving. Alsof Hotel Regina op VT4 tijdens het Europees Kampioenschap 2008 nog niet erg genoeg was, kunnen Vlamingen zich sinds 2009 elke week ergeren aan het praatprogramma Extra Time. Het programma zou een hoop interessante gasten, interessante analyses en interessante discussies over het voorgaande voetbalweekend moeten bundelen. De honderdste aflevering beloofde een feestelijke uitzending te worden. Met een glaasje Cava en een Dame Blanche werd de uitzending feestelijk ingezet, maar verder was er haast niets feestelijks te melden. De omkadering op de openbare omroep zou stukken beter kunnen, is het niet Frank Raes? Tóch is het jammer dat de uitzendrechten van het Belgisch voetbal naar de commerciële zender verhuisd zijn. Het kan namelijk nóg erger. Menig huishouden in Vlaanderen zat in juni 2011 vol spanning te wachten op de uiteindelijke ontknoping van de verkoop van de uitzendrechten van de Jupiler Pro League. Dat Telenet de grote slag binnenhaalde, werd op algemeen gejuich onthaald, daar de meerderheid van de gezinnen met digitale televisie in Vlaanderen aangesloten is bij Telenet. Dat het legendarische Stadion of misschien zelfs Goal! terugkwam, wekte bij menig voetballiefhebber een gevoel van nostalgie op. Dat daarmee ook Tom Coninx verhuisde, was een eerste domper op de feestvreugde. Dat het programma werd ingevuld met vakkundige commentaar door de Dirk Defermes en Peter Morrens van deze wereld deed de nostalgie al gauw omslaan in teleurstelling, maar vooral afgrijzen. Het afgrijzen dat ontstond tijdens de ontelbare Champions League-avonden waar menig voetballiefhebber nog liever wegzapte naar de Nederlandse NOS dan anderhalf uur lang te moeten aanhoren hoe spelers plots een andere naam kregen of bij een ander team speelden. Afsluiten met een welgemeende “Ciao!” van Robin Janssens, geeft toch niet hetzelfde gevoel als wanneer Renaat Schotte dat doet.

Het voetbal in Vlaanderen en bij uitbreiding in België stelt niet veel voor op wereldvlak en dat kan ook gerust gezegd worden over de voetbalverslaggeving. Nochtans kunnen onze Waalse buren wel een goed voetbalprogramma in elkaar steken, zo blijkt uit het wekelijkse La Tribune.
De kloof tussen het wielrennen en het voetbal in Vlaanderen lijkt haast onoverbrugbaar geworden, terwijl we amper twintig jaar geleden konden luisteren naar de warme en enthousiaste stemmen van Jan Wauters en Rik De Saedeleer…

Kloof

Racing Genk verslaat Club Brugge met overdreven cijfers

Drie goals in zestien minuten doen Club de das om.
Een bijzonder efficiënt Racing Genk heeft zondagavond met schijnbaar gemak gewonnen van Club Brugge. In een wedstrijd boordevol kansen maakten de spitsen van Racing Genk het verschil. Tweemaal Benteke en Vossen velden het harde verdict voor Club Brugge: 3-0. Racing Genk behoudt zo voeling met de top zes, terwijl Club Brugge nu al acht punten achterstand heeft op leider Anderlecht, na het gelijkspel op Lierse.

Voor beide ploegen was winnen een must. Genk moest de zege thuis zien te houden om de voeling met Play-off I niet te verliezen, terwijl Club haar uitschakeling in de Europa League kon doorspoelen met een goede collectieve prestatie. Mario Been was tevreden over de prestatie van zijn elftal dat vorige week won van Bergen en veranderde amper iets aan de basiself. In laatste instantie moest Buffel afhaken door een liesblessure, waardoor de heropgeviste Anthony Vanden Borre op de rechtsmidden plaatsnam. Bij Club Brugge nam Donk opnieuw zijn plaats achteraan in, ten koste van Almebäck. Voor het overige stuurde Daum dezelfde spelers het veld op als donderdag tegen Hannover.

Club Brugge begon het beste aan de wedstrijd en kreeg al in de vierde minuut een reuzenkans. Meunier stuurde Vazquez het laantje in, maar de Spanjaard miste onbegrijpelijk oog in oog met Bailly. Het Genkse centrale duo stond op hun benen te trillen en liet zich keer op de keer vangen door de buitenspelval. De eerste Genkse kans kwam er rond de twintigste minuut na een heerlijke cross van Camus over vijftig meter. Tshimanga liet Hoefkens ter plekke, maar Donk was goed gevolgd en tikte de bal in corner. Deze eerste poging van Genk luidde een kansrijke periode in. Figueras kopte een hoekschop pal op Bailly en Hoefkens blokte een uitstekend schot van Hyland af. Iets over het halfuur volgde de tweede grote kans voor Club Brugge. Een individuele actie van Refaelov op de linkerflank bracht Zimling in scoringspositie, maar zijn schot was te zwak en vooral te slecht gericht om Bailly te verontrusten. Na nog enkele kleine kansjes voor Genk gingen beide ploegen rusten met een billijke 0-0.

Camus verdeelt en heerst na de pauze
Beide teams kwamen vol goede moed uit de kleedkamers en dat resulteerde bijna meteen in een openingsgoal. Na een ingestudeerde vrijschop van Vazquez kon Refaelov vrij op doel schieten, maar zijn ploegmaat Figueras stond in de baan van het schot. Na tien minuten spelen in de tweede helft stond Benteke plots oog in oog met Jorgacevic na een prachtige doorsteekbal van de tot dan bleke De Bruyne, maar de 21-jarige spits besloot met zijn linker onbegrijpelijk naast. Drie minuten na deze reuzenkans was het dan toch raak voor de boomlange spits van Genk. Camus lanceerde een snelle counter met een op de millimeter gesneden dieptepas naar Vanden Borre. Die vond De Bruyne en de Gentenaar legde de bal op het hoofd van Benteke: 1-0. Niet veel later stond het bijna 1-1, maar Refaelov schoot tegen de paal na een individuele actie van Akpala.

De goal viel twee minuten later wel aan de overkant. Donk ontzette een voorzet van Vanden Borre slecht, De Bruyne poeierde richting doel. Jorgacevic kon het schot niet klemmen en Benteke kon makkelijk zijn tweede van de avond binnentikken. Even later lanceerde Camus opnieuw een prachtige dieptepas. De Bruyne tikte naar Benteke die op zijn beurt Vossen aanspeelde en het was een koud kunstje om zijn elfde van het seizoen binnen te leggen. Vijf minuten voor affluiten legde Efong-Nzolo de bal nog op de stip, maar Barda schoot de penalty tegen Jorgacevic. Nog geen minuut later legde Barda de bal panklaar voor de aanstormende Limbombe, maar deze trapte de bal van op één meter wild over. Club droop teleurgesteld af, Genk mag nog steeds hopen op Play-off I.

 

Beeld: Photo News

Racing Genk verslaat Club Brugge met overdreven cijfers

Leekens begrijpt de dingen niet zo goed

Daags na mijn relaas over het falen van Leekens als bondscoach van de Rode Duivels, lees ik het volgende bericht op Sporza: “België staat weer op voetbalkaart” 

Daar heb ik toch enkele bedenkingen bij:
1. Vijf overwinningen, vijf gelijkspelen en één nederlaag in 2011. Vijf gelijkspelen tegen respectievelijk de voetbalgrootheid Finland, het fenomenale Azerbeidzjan, het magistrale Slovenië en dan nog Turkije en Frankrijk.
Een gelijkspel in Parijs is nooit slecht te noemen, maar de manier waarop dat gelijkspel behaald werd daar kan absoluut niet fier over gedaan worden. Dat we thuis gelijkspelen tegen een land dat vaak op een groot tornooi te vinden is, is op zich geen slechte zaak. Het is echter wel zo dat Turkije kwalitatief op bijna elke positie moet onderdoen voor onze Duivels. Maar, Turkije vormt wel 1 goed tactisch geheel, iets wat bij onze nationale elf ontbreekt.

2. Er worden nog steeds dezelfde fouten gemaakt als onder Vandereycken, alleen kunnen de Duivels dat individueel vaak opvangen door hun talent. Maar als ploeg is België nog steeds in het zelfde bedje ziek. Er zit amper lijn in het spel, er wordt te veel gerekend op klasseflitsen van enkelingen en er wordt vooral geteerd op de klasse van onze meest talentvolle spelers. Tactisch spelen de Duivels nog steeds op dezelfde zwakke manier die ook Vandereycken hanteerde. Ik moet trouwens nog steeds de eerste match van de Rode Duivels zien waarin zij een tegenstander driekwart van de wedstrijd wegdrukken tegen het eigen doel. De wedstrijd in Oostenrijk kwam het dichtste in de buurt denk ik, maar dat hadden ze mede ook te danken aan de bijzonder zwakke tegenstander.

3. “We spelen volwassener”. Weinig volwassenheid te merken in de matchen tegen Turkije, Azerbeidzjan, Finland en Roemenië waar we last-minute een zekere zege (bijna) uit handen gaven. De gemiste penalty tegen Turkije, de enige kans van Azerbeidzjan, de gelijkmaker in de 93ste minuut van Porokara en de, gelukkig voor Van Buyten gestopte, penalty tegen Roemenië… Slechts 4 feiten die er op wijzen dat wij Belgen nog helemaal niet volwassen voetballen. Meer nog, het zijn steeds dezelfde fouten en blunders die ons de das omdoen. En dan praten we hier enkel over 2011. 2010 was op dat vlak nog een gradatie erger…

Dan vraag ik mij af: gelooft Leekens nu zelf wat hij allemaal verkondigt?
Zo ja: dan kent de heer Leekens jammer genoeg bitter weinig van voetbal en geeft de Bond geld uit aan een amateur.
Zo nee: dan is Leekens nog steeds goed in wat hij het beste kan, namelijk het motiveren van spelers, maar vooral supporters. Want Leekens weet ook dat het net die supporters zijn die hem kraken of maken. Op dit moment is het nog de 2de optie, maar laten we met z’n allen hopen dat de ogen van menig Belg snel opengaan, of het WK2014 vliegt zo aan ons voorbij!

Leekens begrijpt de dingen niet zo goed

Motivatie alleen volstaat niet

Met de wedstrijd van de Rode Duivels in Frankrijk in het vooruitzicht, kan er weer heel wat geschreven worden over de positie en de selectiepolitiek van bondscoach Georges Leekens. Het geleverde spel van onze nationale elf en het star vasthouden aan een speler als Daniël Van Buyten roept steeds weer vraagtekens op.

Het moet gezegd zijn: de sfeer rond de Rode Duivels is sinds het aanstellen van Georges Leekens enorm positief. Leekens kreeg de Belgische supporters zelfs zo ver dat de EK-kwalificatie tot de laatste speeldag haalbaar leek. Daarin gesteund door spelers, voetbalkenners en de pers leek het alsof de Rode Duivels terug vertrokken waren om zich te kwalificeren voor groot tornooi na tornooi. Mensen die ietwat kritischer tegenover de prestaties van de Rode Duivels stonden, werden afgedaan als pessimisten tot zelfs landverraders. Nochtans valt er heel wat op het spel van onze nationale ploeg aan te merken. En dat te beginnen met de (keuzes van de) bondscoach.

Meest getalenteerde generatie Belgen aller tijden
Leekens heeft op dit moment de keuze uit een weelde aan spelers die bulken van het talent. Belgen die bij Europese (sub)toppers spelen zijn op dit moment alomtegenwoordig. Volgens kenners is dit de beste Belgische generatie die een bondscoach ooit tot zijner beschikking heeft gehad. Nochtans maakt hij hier niet volop gebruik van. Leekens houdt namelijk liever vast aan enkele favorietjes die steeds maar weer de voorkeur krijgen op andere, meer talentvolle spelers. Het is zeker zo dat een ploeg niet uit elf vedetten kan bestaan en daarom roept Leekens nog steeds oude rotten als Timmy Simons op. Een elftal heeft waterdragers nodig en Simons is perfect in te passen in die rol. Hij brengt rust waar nodig en laat andere spelers voetballen. Tot daar kan Leekens niets verweten worden, tenzij het feit dat hierdoor de evolutie van Defour, de natuurlijke opvolger van Simons, geblokkeerd wordt. Waar wel met gefronste wenkbrauwen naar gekeken kan worden, is het star vasthouden aan spelers zoals Van Buyten, Ciman en andere Benteke’s van deze wereld.

Von Blunder
Na de nationale duo’s Piqué-Ramos en Terry-Ferdinand heeft België met het duo Kompany-Vermaelen mogelijk het beste verdedigende duo van de wereld. Toch verkiest Leekens steeds Van Buyten op de centrale positie achterin. Spelers als Vermaelen, Lombaerts, Vertonghen of Alderweireld moeten daardoor steevast uitwijken naar een positie op de flanken. Volgens Leekens verdient Van Buyten het om in de basis te staan door zijn ervaring. Ervaring primeert op leeftijd, aldus Leekens. Dat Van Buyten ervaring heeft, valt niet te ontkennen, maar het valt te bekijken wat hij met die ervaring doet. Elke Belgische voetbalsupporter kan zich zo drie tot vijf blunders van Van Buyten voor de geest halen zonder hard na te denken. Blunders bij de nationale ploeg! Zijn blunders bij Bayern München worden dan nog niet eens vermeld. Van Buyten had bijvoorbeeld een groot aandeel in de Champions League winst van Internazionale in 2010. Dat Van Buyten niet afgemaakt werd in de pers na alweer een belabberde prestatie tegen Roemenië heeft hij vooral te danken aan enerzijds zijn doelpunt op corner en anderzijds de gestopte strafschop door Gillet. De doelpunten van Van Buyten maskeren wel eens vaker een mindere prestatie van onze huidige topschutter. Maar je topschutter zet je toch niet op de bank?

Goed voetbal?
Tot daar het probleem Van Buyten. Erger is het gesteld met het geleverde spel onder Leekens. Hoewel hij beschikking heeft over een resem aan supertalentvolle spelers, is het spel van de Belgen driekwart van de tijd matig tot zwak. Het lijkt alsof Leekens er geen systeem in krijgt, of toch zeker geen (mooi) aanvallend voetbal. Waar de Belgen sterk in zijn – hoe kan het ook anders met Leekens – zijn stilstaande fases. Enkel in aanvallend opzicht welteverstaan. Maar het veldspel is veelal een chaotisch samenspel tussen een viertal zeer aanvallend ingestelde spelers die elkaar meer voor de voeten lopen dan vloeiende acties opzetten. Een trainer die zo een spelersgroep voor de voeten geworpen krijgt, moet hier absoluut veel meer moeten kunnen uithalen. De uitslagen doen op papier nog vaak vermoeden dat het wel snor zit met de nationale elf, in de praktijk lijkt het vaak nergens op. En dat is verdomd jammer als je ziet welke ‘sterren’ wij als kleine Belgen kunnen opvoeren.

100% motivatie
Waar Leekens wel in slaagt, is het motiveren van spelers, en vooral supporters. Zelden heeft ons land zo geleefd naar een reeds hopeloos verloren uitgangspositie in de uitmatch in Duitsland. Het was meer dan 100 jaar geleden dat onze Duivels nog wisten te winnen bij onze Duitse buren en toch geloofde een ongeziene menigte nog in een positieve afloop. Duitsland was immers al een poos groepswinnaar en zou zich wel eens kunnen inhouden. Dat gekoppeld aan de zegedrang van de Belgen zou wel eens voor een stunt van formaat kunnen zorgen. Niet dus. Het spel van de Belgen was immers in het zelfde bedje ziek als de negen voorafgaande wedstrijden. Chaotisch samenspel in combinatie met defensieve blunders.

Levert Leekens goed werk?
De Belgische Voetbalbond gaf Leekens tijdens de vorige campagne het volste vertrouwen door hem na de zeges in Oostenrijk en thuis tegen Azerbeidzjan te belonen met een nieuw contract. Dat zou hem tot aan het WK van 2014 binden aan de nationale ploeg. Leekens had immers goed werk geleverd de voorgaande wedstrijden en dit zou zowel de bondscoach als de spelersgroep een mentale boost moeten geven voor de cruciale match tegen Turkije.
Was het wel zo slim van de Bond om Leekens al een contract te laten tekenen tot 2014? Werd er niet beter de uiteindelijke afloop van de campagne afgewacht om dan een evaluatie te maken van de resultaten? Ondanks dat de spelersgroep zeer positief staat tegenover hun coach, blijft het spel immers te min voor de kwaliteiten van de groep. Het is dan ook de vraag of we met Leekens als bondscoach het WK van 2014, toch een must voor deze jonge, talentvolle groep, gaan halen. Als de voorbije campagne een waardemeter is voor wat we mogen verwachten, moeten we ook vrezen voor de volgende campagne. En dat zou zonde zijn, doodzonde.

Motivatie alleen volstaat niet

Adieu Adrie!

Wat al goed een half jaar aan het borrelen was, kwam maandag op z’n hoogtepunt: het bestuur van Club Brugge had eindelijk een reden gevonden om Adrie Koster de laan uit te sturen. De 4-5 tegen Genk – wat een geweldige wedstrijd was dat! – kon blijkbaar niet meer door de beugel van het ambitieuze nieuwe Club-bestuur.

3 doelstellingen
Dat Club Brugge al 2 seizoenen lang verfrissend voetbal brengt onder de immer sympathieke Zeeuw werd plotsklaps vergeten. Dat Club Brugge afgelopen zomer een heel nieuw team bij elkaar gekocht heeft en er nog aan de automatismen gewerkt moet worden, werd over het hoofd gezien. Wat al weken, misschien zelfs maanden, in de bestuurskamer hing, kwam nu naar buiten. Geheel onverwacht, maar dan ook weer niet compleet onverwacht. Volgens het bestuur van Club werden 2 van de 3 doelstellingen niet gerealiseerd. Nu. Midden in het seizoen. Wat? Club staat gedeeld eerste in haar poule in de Europa League, ging eruit na strafschoppen in het Ottenstadion en staat op amper 1 puntje van de 2de plaats in de competitie. Hoezo 2 van de 3 doelstellingen niet gehaald?

Het ‘nieuwe’ Club Brugge
Bij de overname van Club Brugge bleek dat het nieuwe bestuur alle restanten van het ‘oude’ Club Brugge wilde doen verdwijnen. Naast de nieuwe structuur werden ‘overbodige’ jeugdtrainers wegens dringende redenen ontslagen, zochten enkele trainers andere oorden op en werden enkele spelers aangemaand naar een andere club uit te kijken. Koster bleek echter het voordeel van de twijfel te krijgen, temeer ook omdat de supporters het best wel konden vinden met de oer-Hollandse speelstijl van Koster.

Twee weken geleden werd de laatste fase van het compleet nieuwe Club Brugge voltooid. De volledige raad van bestuur werd vernieuwd en alle oude coryfeeën, zoals Michel D’Hooghe, werden aan de kant gezet. De allerlaatste fase voltrok zich maandag met het ontslag van Koster. De laatste restant van het tijdperk Devroe werd nu buiten gewerkt. De enige overblijver bleek Dany Verlinden, hoewel het de laatste jaren niet bepaald super gaat met de Brugse keepers. Maar een monument als Dany Verlinden is natuurlijk minder vervangbaar dan een Nederlander die op 2 seizoenen geen prijs wist te pakken.

Veel goals
Voor scorebordjournalisten is het ontslag van Koster terecht. In zijn eerste seizoen werden de play-offs hem bijna fataal. In zijn tweede seizoen kwam er een ultimatum net voor kerstmis, maar wist hij zich miraculeus recht te houden om dan meer dan degelijke play-offs te spelen. Voor het 3de seizoen zagen de kenners het als volgt: Club zou een periode nodig hebben om alle nieuwe spelers in te passen en zou echt kunnen gaan domineren in de 2de helft van de competitie of, in het slechtste geval, in de play-offs. Maar zie, al vanaf de eerste speeldag kon men de Brugse machine bij momenten aan het werk zien. Er werd mooi, verzorgd en aanvallend voetbal gebracht wat resulteerde in aangename wedstrijden voor de neutrale toeschouwer. Club pakte echter ook te makkelijk doelpunten en gaf daarbij al eens ‘zekere’ zeges uit handen op het einde. Zo’n nederlaag werd Koster dus fataal.

Kortetermijndenken
Als er 1 ding is wat Koster niet te verwijten valt, zijn het wel die vele tegengoals. In alle media verscheen: “Club kan zich geen 90 minuten lang concentreren.” en “Na 75 minuten gaat het licht uit bij Club.” Als je de matchen niet hebt gezien, is het natuurlijk makkelijk om te stellen dat de oorzaak bij de trainer ligt. Mensen die de matchen wel gezien hebben, kunnen hier genuanceerder op antwoorden. De laatste match werd pijnlijk duidelijk hoe het bestuur zich afgelopen zomer vergist heeft in haar transferpolitiek. Coosemans werd tot de vaste numero uno gebombardeerd en er werd enkel gekozen om een reservekeeper met ervaring in te lijven. Dat nu toevallig die ervaren rot begin september uitviel met een handbreuk kon natuurlijk niet voorzien worden, maar het toont aan hoe kortzichtig het bestuur deze zomer redeneerde. Meegesleurd in de “Thibaut Courtois-hype” zagen zij de Brugse nummer 1 als de evenknie van ’s lands beste keeper. De realiteit is echter anders: Coosemans is zeker goed voor een 19-jarige doelman, maar hij is geen Thibaut Courtois die match na match punten pakt voor zijn team. Sterker nog: Coosemans is maar een modale keeper en zal nooit echt uitblinken, zoals Courtois nu week na week doet in de Spaanse hoofdstad.

Ook in de verdedigende linie werd een gedurfde transferpolitiek gevoerd. Men zou een nieuwe verdediging bijeen kopen, bestaande uit robuuste Scandinaven. Blijkt dat deze nu vallen als vliegen en er momenteel geen enkele der Vikings meer overschiet. Dat is echter toeval. Wat wel de harde realiteit is, is de keuze om terug te vallen op jonge, onervaren Belgische verdedigers uit de eigen jeugdopleiding. De ervaren rotten, gecombineerd met de geleidelijke instroom van jeugdige talenten zouden Club gaandeweg veel punten, veel roem en (vooral) veel geld moeten opbrengen. Geen geleidelijke instroom echter, recht in de ploeg, zonder steun van oude ervaren rotten. En dat is het wat Club de das omdoet. Jeugdigheid. Niets mis met een vooruitstrevend beleid waarvan men in de toekomst ongetwijfeld de vruchten zal plukken. Alleen was dit een té ambitieus plan. Of dit plan ook goed bevonden werd door Koster? Mogelijk wel, maar waarschijnlijk niet. Maar in zijn positie toen was het waarschijnlijk te nemen of te laten.

Koppigheid?
De vijf achterste spelers van Club op het moment dat het 4-2 stond: 19 jaar, 20 jaar, 25 jaar, 18 jaar en 19 jaar. Dat is een beloftenploeg. Meer niet. Dat de oudste speler dan nog eens een jonkie is die zelf constant coaching nodig heeft, maakt het er ook niet gemakkelijker op. Had de trainer een andere keuze? Die mogelijkheid bestond. Hij had Marcos (B-kern) en Van Gijseghem (interne schorsing) kunnen oproepen om achteraan te depanneren. Maar dat zou tegelijk een breuk zijn met de nieuwe wind die door Club waait. Marcos moest afgelopen zomer plaatsmaken voor enkele jonkies uit de beloftenkern. Hem er terug bijhalen zou de denkwijze van het bestuur teniet doen. Dat hij nu, na het ontslag van Koster, er wel terug bij gehaald kan worden, is eenvoudig te verklaren. Het bestuur legt de schuld bij Koster. Ook over Van Gijseghem een soortgelijk relaas. Geschorst wegens roekeloos gedrag en volgens de nieuwe, open communicatie van Club naar buiten toe bericht. Hem terughalen bij de kern, zou de geloofwaardigheid van de nieuwe wind ernstig in vraag stellen. Vandaag behoort Van Gijseghem terug tot de kern. De reden dat hij er niet vroeger werd bijgehaald? Koster. Althans volgens het nieuwe bestuur.

U gaat mij niet horen zeggen dat Koster geen fouten heeft gemaakt of dat enkel het bestuur schuld treft. U gaat mij wel horen zeggen dat het bestuur eindelijk een reden gevonden heeft om iemand te dumpen die ze liever kwijt dan rijk waren. En dat is jammer. Verdomd jammer. Want Club speelde fris, speelde frivool en was bij momenten een lust voor het oog. Hopelijk is het ‘nieuwe’ Club dat in de nabije toekomst ook nog. Anders mag u samen met mij terugdenken aan het leuke voetbal dat die sympathieke Zeeuw gedurende 2 seizoenen en enkele maanden gebracht heeft. Of we kunnen samen hopen dat hij snel terug werk vindt en een frisse wind doet waaien door een of andere Belgische ploeg!

Adieu Adrie!