Help, nog vier jaar…

De grote droefnis zaterdag (ze waren écht wel te pakken die Argentijnen), maakte zondagochtend al gauw plaats voor een gevoel van woede, van frustratie, van teleurstelling. Geen teleurstelling meer door de uitschakeling, wel door de gemiste kans om meer te bereiken, met deze talentvolle groep. Het gevoel dat er absoluut meer in zat, overheerst nog steeds. Dat de Rode Duivels bol staan van het talent staat buiten kijf. We werden voor het WK niet voor niets afgestempeld als ‘the dark horse’. Vandaag is er niet veel mysterieus meer aan ons team. Talent hebben we nog steeds. Maar wat doen we met dat talent? Weinig. Niets?

Het moet bijzonder frustrerend zijn voor het overgrote deel van onze 23 spelers om met een bondscoach te werken die teert op zijn reputatie, opgebouwd uit de nostalgische laatste WK-campagne in 2002. Marc Wilmots was toen dé man en zou ons land, 12 jaar na datum, opnieuw naar hogere sferen moeten brengen op de wereldbeker. Slechts éénmaal bevond ons land zich écht in hogere sferen: na de vurige wedstrijd tegen de VS. Voor het overige: drie keer een klein waakvlammetje van hooguit 20 minuten. En tegen Argentinië was onze kaars opgebrand.

Eden Hazard en Marc Wilmots in betere tijden
Eden Hazard en Marc Wilmots in betere tijden

Het moet bijzonder frustrerend zijn voor de spelers omdat Wilmots buiten die nostalgische reputatie weinig kaas lijkt gegeten te hebben van het voetbalspelletje an sich. Stel je in de plaats van Hazard, Alderweireld, Mertens, Lukaku, Mirallas, Kompany of Van Buyten, die wél dagelijks trainen met een coach of trainer die tactisch begenadigd is. Mourinho, Simeone, Benitez, Martinez, Pellegrini, Guardiola … en dan: Wilmots.

Het moet ook bijzonder frustrerend geweest zijn voor de spelers om andere landen wél goed te zien spelen. Landen die nog niet de helft van het talent bezitten van onze Rode Duivels, maar wel ondersteund werden door én een goede coach én een groepsgevoel om u tegen te zeggen. Want je kan dan wel zeggen dat Wilmots van 23 individuen een groep gemaakt heeft in de kwalificatie, daar was tijdens het WK veel minder van te zien. Op die ene vurige wedstrijd tegen de VS na, stonden er plots weer her en der individuen op het veld. Ligt dat dan aan de spelers? Mogelijk. Hazard was een schim van de speler die hij afgelopen seizoen was bij Chelsea. Maar ligt dat dan ook niet aan de coach? Zeker. Geen enkele speler werd dit WK naar een hoger niveau getild.

De grootste frustratie ligt echter niet bij dit WK (want we zijn toch mooi in de kwartfinale geraakt!), maar wel wat er nog moet komen. Verblind door het plotse succes van de Rode Duivels, besloot de voetbalbond alle kapers op de kust voor te zijn en onze nationale (nostalgische) held te belonen met een extraatje van vier jaar. Dan dringt zich automatisch de vraag op: kunnen we dat nog wel aan? Maar vooral: kunnen de spelers dat nog wel aan? De wanhoop in de ogen van sommige spelers na de match tegen Argentinië liet niets aan het toeval over: “help, nog vier jaar…”.

Advertenties
Help, nog vier jaar…

Leekens begrijpt de dingen niet zo goed

Daags na mijn relaas over het falen van Leekens als bondscoach van de Rode Duivels, lees ik het volgende bericht op Sporza: “België staat weer op voetbalkaart” 

Daar heb ik toch enkele bedenkingen bij:
1. Vijf overwinningen, vijf gelijkspelen en één nederlaag in 2011. Vijf gelijkspelen tegen respectievelijk de voetbalgrootheid Finland, het fenomenale Azerbeidzjan, het magistrale Slovenië en dan nog Turkije en Frankrijk.
Een gelijkspel in Parijs is nooit slecht te noemen, maar de manier waarop dat gelijkspel behaald werd daar kan absoluut niet fier over gedaan worden. Dat we thuis gelijkspelen tegen een land dat vaak op een groot tornooi te vinden is, is op zich geen slechte zaak. Het is echter wel zo dat Turkije kwalitatief op bijna elke positie moet onderdoen voor onze Duivels. Maar, Turkije vormt wel 1 goed tactisch geheel, iets wat bij onze nationale elf ontbreekt.

2. Er worden nog steeds dezelfde fouten gemaakt als onder Vandereycken, alleen kunnen de Duivels dat individueel vaak opvangen door hun talent. Maar als ploeg is België nog steeds in het zelfde bedje ziek. Er zit amper lijn in het spel, er wordt te veel gerekend op klasseflitsen van enkelingen en er wordt vooral geteerd op de klasse van onze meest talentvolle spelers. Tactisch spelen de Duivels nog steeds op dezelfde zwakke manier die ook Vandereycken hanteerde. Ik moet trouwens nog steeds de eerste match van de Rode Duivels zien waarin zij een tegenstander driekwart van de wedstrijd wegdrukken tegen het eigen doel. De wedstrijd in Oostenrijk kwam het dichtste in de buurt denk ik, maar dat hadden ze mede ook te danken aan de bijzonder zwakke tegenstander.

3. “We spelen volwassener”. Weinig volwassenheid te merken in de matchen tegen Turkije, Azerbeidzjan, Finland en Roemenië waar we last-minute een zekere zege (bijna) uit handen gaven. De gemiste penalty tegen Turkije, de enige kans van Azerbeidzjan, de gelijkmaker in de 93ste minuut van Porokara en de, gelukkig voor Van Buyten gestopte, penalty tegen Roemenië… Slechts 4 feiten die er op wijzen dat wij Belgen nog helemaal niet volwassen voetballen. Meer nog, het zijn steeds dezelfde fouten en blunders die ons de das omdoen. En dan praten we hier enkel over 2011. 2010 was op dat vlak nog een gradatie erger…

Dan vraag ik mij af: gelooft Leekens nu zelf wat hij allemaal verkondigt?
Zo ja: dan kent de heer Leekens jammer genoeg bitter weinig van voetbal en geeft de Bond geld uit aan een amateur.
Zo nee: dan is Leekens nog steeds goed in wat hij het beste kan, namelijk het motiveren van spelers, maar vooral supporters. Want Leekens weet ook dat het net die supporters zijn die hem kraken of maken. Op dit moment is het nog de 2de optie, maar laten we met z’n allen hopen dat de ogen van menig Belg snel opengaan, of het WK2014 vliegt zo aan ons voorbij!

Leekens begrijpt de dingen niet zo goed

Motivatie alleen volstaat niet

Met de wedstrijd van de Rode Duivels in Frankrijk in het vooruitzicht, kan er weer heel wat geschreven worden over de positie en de selectiepolitiek van bondscoach Georges Leekens. Het geleverde spel van onze nationale elf en het star vasthouden aan een speler als Daniël Van Buyten roept steeds weer vraagtekens op.

Het moet gezegd zijn: de sfeer rond de Rode Duivels is sinds het aanstellen van Georges Leekens enorm positief. Leekens kreeg de Belgische supporters zelfs zo ver dat de EK-kwalificatie tot de laatste speeldag haalbaar leek. Daarin gesteund door spelers, voetbalkenners en de pers leek het alsof de Rode Duivels terug vertrokken waren om zich te kwalificeren voor groot tornooi na tornooi. Mensen die ietwat kritischer tegenover de prestaties van de Rode Duivels stonden, werden afgedaan als pessimisten tot zelfs landverraders. Nochtans valt er heel wat op het spel van onze nationale ploeg aan te merken. En dat te beginnen met de (keuzes van de) bondscoach.

Meest getalenteerde generatie Belgen aller tijden
Leekens heeft op dit moment de keuze uit een weelde aan spelers die bulken van het talent. Belgen die bij Europese (sub)toppers spelen zijn op dit moment alomtegenwoordig. Volgens kenners is dit de beste Belgische generatie die een bondscoach ooit tot zijner beschikking heeft gehad. Nochtans maakt hij hier niet volop gebruik van. Leekens houdt namelijk liever vast aan enkele favorietjes die steeds maar weer de voorkeur krijgen op andere, meer talentvolle spelers. Het is zeker zo dat een ploeg niet uit elf vedetten kan bestaan en daarom roept Leekens nog steeds oude rotten als Timmy Simons op. Een elftal heeft waterdragers nodig en Simons is perfect in te passen in die rol. Hij brengt rust waar nodig en laat andere spelers voetballen. Tot daar kan Leekens niets verweten worden, tenzij het feit dat hierdoor de evolutie van Defour, de natuurlijke opvolger van Simons, geblokkeerd wordt. Waar wel met gefronste wenkbrauwen naar gekeken kan worden, is het star vasthouden aan spelers zoals Van Buyten, Ciman en andere Benteke’s van deze wereld.

Von Blunder
Na de nationale duo’s Piqué-Ramos en Terry-Ferdinand heeft België met het duo Kompany-Vermaelen mogelijk het beste verdedigende duo van de wereld. Toch verkiest Leekens steeds Van Buyten op de centrale positie achterin. Spelers als Vermaelen, Lombaerts, Vertonghen of Alderweireld moeten daardoor steevast uitwijken naar een positie op de flanken. Volgens Leekens verdient Van Buyten het om in de basis te staan door zijn ervaring. Ervaring primeert op leeftijd, aldus Leekens. Dat Van Buyten ervaring heeft, valt niet te ontkennen, maar het valt te bekijken wat hij met die ervaring doet. Elke Belgische voetbalsupporter kan zich zo drie tot vijf blunders van Van Buyten voor de geest halen zonder hard na te denken. Blunders bij de nationale ploeg! Zijn blunders bij Bayern München worden dan nog niet eens vermeld. Van Buyten had bijvoorbeeld een groot aandeel in de Champions League winst van Internazionale in 2010. Dat Van Buyten niet afgemaakt werd in de pers na alweer een belabberde prestatie tegen Roemenië heeft hij vooral te danken aan enerzijds zijn doelpunt op corner en anderzijds de gestopte strafschop door Gillet. De doelpunten van Van Buyten maskeren wel eens vaker een mindere prestatie van onze huidige topschutter. Maar je topschutter zet je toch niet op de bank?

Goed voetbal?
Tot daar het probleem Van Buyten. Erger is het gesteld met het geleverde spel onder Leekens. Hoewel hij beschikking heeft over een resem aan supertalentvolle spelers, is het spel van de Belgen driekwart van de tijd matig tot zwak. Het lijkt alsof Leekens er geen systeem in krijgt, of toch zeker geen (mooi) aanvallend voetbal. Waar de Belgen sterk in zijn – hoe kan het ook anders met Leekens – zijn stilstaande fases. Enkel in aanvallend opzicht welteverstaan. Maar het veldspel is veelal een chaotisch samenspel tussen een viertal zeer aanvallend ingestelde spelers die elkaar meer voor de voeten lopen dan vloeiende acties opzetten. Een trainer die zo een spelersgroep voor de voeten geworpen krijgt, moet hier absoluut veel meer moeten kunnen uithalen. De uitslagen doen op papier nog vaak vermoeden dat het wel snor zit met de nationale elf, in de praktijk lijkt het vaak nergens op. En dat is verdomd jammer als je ziet welke ‘sterren’ wij als kleine Belgen kunnen opvoeren.

100% motivatie
Waar Leekens wel in slaagt, is het motiveren van spelers, en vooral supporters. Zelden heeft ons land zo geleefd naar een reeds hopeloos verloren uitgangspositie in de uitmatch in Duitsland. Het was meer dan 100 jaar geleden dat onze Duivels nog wisten te winnen bij onze Duitse buren en toch geloofde een ongeziene menigte nog in een positieve afloop. Duitsland was immers al een poos groepswinnaar en zou zich wel eens kunnen inhouden. Dat gekoppeld aan de zegedrang van de Belgen zou wel eens voor een stunt van formaat kunnen zorgen. Niet dus. Het spel van de Belgen was immers in het zelfde bedje ziek als de negen voorafgaande wedstrijden. Chaotisch samenspel in combinatie met defensieve blunders.

Levert Leekens goed werk?
De Belgische Voetbalbond gaf Leekens tijdens de vorige campagne het volste vertrouwen door hem na de zeges in Oostenrijk en thuis tegen Azerbeidzjan te belonen met een nieuw contract. Dat zou hem tot aan het WK van 2014 binden aan de nationale ploeg. Leekens had immers goed werk geleverd de voorgaande wedstrijden en dit zou zowel de bondscoach als de spelersgroep een mentale boost moeten geven voor de cruciale match tegen Turkije.
Was het wel zo slim van de Bond om Leekens al een contract te laten tekenen tot 2014? Werd er niet beter de uiteindelijke afloop van de campagne afgewacht om dan een evaluatie te maken van de resultaten? Ondanks dat de spelersgroep zeer positief staat tegenover hun coach, blijft het spel immers te min voor de kwaliteiten van de groep. Het is dan ook de vraag of we met Leekens als bondscoach het WK van 2014, toch een must voor deze jonge, talentvolle groep, gaan halen. Als de voorbije campagne een waardemeter is voor wat we mogen verwachten, moeten we ook vrezen voor de volgende campagne. En dat zou zonde zijn, doodzonde.

Motivatie alleen volstaat niet

Gelukzalige bankzitter

501 dagen na de federale verkiezingen van 13 juni 2010 staat de N-VA waar ze moet staan: aan de zijlijn. Bart De Wever kan enkel in zijn handen klappen met de huidige gang van zaken, want volgens de laatste peiling van de Standaard en de VRT blijft de N-VA Vlaamse stemmen winnen. Met 35 procent van de stemmen halen zij zelfs bijna 7 procent meer dan in juni 2010.

Van kleine kartelbroer naar grootste partij
Wie in juni 2007 had durven stellen dat de N-VA tegen het einde van 2011 meer dan een derde van de Vlaamse kiezers zou bekoren, werd ter plekke uitgelachen. Het kleine kartelbroertje van CD&V zou nooit ofte nimmer voet aan de grond krijgen in Vlaanderen. Maar zie nu, De Wever en co voeren al 493 dagen de ranking aan van populairste partij en populairste politicus in Vlaanderen. Het is nu wel duidelijk dat De Wever zijn populariteit niet enkel te danken heeft aan zijn deelname aan ‘de Slimste Mens’. En zo lang de N-VA blijft vasthouden aan haar programma lijkt hier niet gauw verandering in te komen.

Dilemma?
Na de verkiezingswinst in 2010 stonden De Wever en co voor een dilemma: als overwinnaar werd De Wever haast vanzelfsprekend in de rol van formateur geduwd. Samen met die andere winnaar van de dag, Elio Di Rupo, zouden zij de moeilijke taak krijgen om de twee landsdelen – en dan zwijgen we nog over Brussel – met elkaar te verzoenen. Maar was dat überhaupt wel de intentie van Bart De Wever? De statuten van N-VA pleiten immers voor een onafhankelijk Vlaanderen binnen de Europese Unie. De Wever mocht in debatten voor de verkiezingen nog zoveel benadrukken dat zijn partij niet voor een splitsing zou kiezen, in se bleef het belangrijkste punt de onafhankelijkheid van de republiek Vlaanderen.
De forse winst van N-VA noopte voorzitter De Wever en zijn onderdanen tot enkele belangrijke keuzes: houden we star vast aan ons programma, of doen we water bij de wijn en proberen we tot vooruitstrevende compromissen te komen? Lange tijd leek het de tweede keuze te worden, die van de duurzame onderhandelingen tot een nieuw ingerichte Belgische staat. Maar keer op keer mislukten de onderhandelingen. Er werd kwistig in het rond gestrooid met nota’s die telkens onvoldoende bleken voor één of meerdere partijen. Er werd met termen gegoocheld voor alle verschillende onderhandelingsrondes tot men aan creativiteit uitgeput was. En dus hakte men een moeilijke knoop door: de onderhandelingen werden verder gezet zonder de N-VA. Bart De Wever leek teleurgesteld. De winnaars van de verkiezingen werden immers aan de kant gezet. Het werd ogenschijnlijk nog erger toen de andere partijen het best wel met elkaar konden vinden en algauw tot enkele compromissen kwamen. En Bart De Wever? Die keek gelukzalig toe hoe zijn partij peiling na peiling aan stemmen won.

Toeslaan op het juiste moment
Kiezers van N-VA juichen het star vasthouden aan het originele partijprogramma blijkbaar erg toe. De keuze die De Wever dus al veel eerder had moeten maken – of had hij deze toch al gemaakt? – was de eerste keuze: vasthouden aan het programma en niet afwijken van de Vlaamse standpunten. Want wat blijkt? Ook zonder deelname aan onderhandelingen of een regering blijft de partij fors winnen. Ooit zal het noodzakelijk zijn dat de N-VA in een regering betrokken wordt, maar dat moment is zeker nu nog niet gekomen. Een goede raad voor meneer De Wever: wanneer u in 2012 burgemeester wordt van de grootste stad van Vlaanderen, dán is uw era aangebroken. Hou tot dan vast aan uw programma, kijk toe langs de kant en voer oppositie waar nodig. Of zoals de bekendste academicus met N-VA sympathie Bart Maddens het al omschreef in zijn doctrine: wacht af tot zij iets nodig hebben. Dan is het moment gekomen om toe te slaan.

Gelukzalige bankzitter